Vrijgemaakte auteurs op zoek naar verbinding in veranderende kerk

De generale synode van de GKV, vorige week in Elspeet. beeld RD, Henk Visscher
3

Hoe moeten de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt (GKV) omgaan met de steeds verder uiteenlopende verschillen in leer en leven? Twee recente publicaties gaan in op die vraag. De auteurs komen tot verschillende conclusies.

Onder de titel: ”De kerk: hoe sta ik erin?”, verscheen een studie van ds. Pieter Niemeijer, predikant van de gereformeerde kerk vrijgemaakt in Rijnsburg en oud-synodepreses. Ds. Niemeijer schrijft over een aantal klassiek-vrijgemaakte thema’s, zoals de vraag wat een ware kerk is en de waardering van de Vrijmaking van 1944. Deze onderwerpen speelden een belangrijke rol bij het ontstaan van de GKV en bij de richtingenstrijd in de jaren 60 van de vorige eeuw.

Anders dan vroeger zijn deze onderwerpen voor veel vrijgemaakten niet meer zulke hete hangijzers. Thema’s waarover de meningen nu verschillen, zijn bijvoorbeeld de plaats van vrouwen in de kerk, het huwelijk en homorelaties. Daar doorheen lopen in plaatselijke gemeenten generatie- en faseverschillen: de ene gemeente is nog niet toe aan vrouwelijke ambtsdragers, terwijl de andere staat te popelen om ze aan te stellen. Elders wordt dit zichtbaar doordat er gemeenten zijn die twee soorten kerkdiensten kennen. Voor de oude garde is er een samenkomst met een traditionele liturgie en voor jongeren een met moderne muziek en een informelere sfeer.

Herbronning

Ds. Niemeijer beschouwt zichzelf niet als een „inspecteur”, zo zegt hij in de inleiding van zijn boek. Hij zoekt wel naar herbronning. Zo gaat hij in op de vraag waar de GKV vandaag de dag voor staan. Naar zijn mening wordt onder vrijgemaakten niet de Schrift ter discussie gesteld, maar wordt er wel zeer uiteenlopend gedacht over thema’s die niet aan de orde komen in de belijdenisgeschriften. „In onze menselijke concretisering en uitwerking van wat de Bijbel ons aanreikt, laten zich onze eigen beperkingen en eigentijdse factoren niet ontkennen.”

In zijn zoeken naar waar de GKV voor staan, gaat de predikant ook in op zorgen die van buitenaf worden geuit over ontwikkelingen bij de vrijgemaakt gereformeerden. Hij sprak in 2016 over dit thema tijdens twee regionale avonden waarbij vrijgemaakten en christelijke gereformeerden elkaar ontmoeten. Volgens ds. Niemeijer onderscheiden de GKV zich door de behoefte eigentijds kerk te willen zijn. Hij ziet daarbij een risico. „Volgens mij is Christus de redder van de kerk door het geloof, maar vandaag lijkt het alsof de redding moet komen van het discipelschap: van de léérling en van zijn attitude.”

De predikant uit Rijnsburg beschrijft dat er enerzijds groepen in de kerk zijn die willen vernieuwen, onder meer om de jeugd erbij te houden. Anderzijds nemen verontruste, behoudende leden afscheid. Daarmee omgaan vergt wijsheid, concludeert ds. Niemeijer. In de kerken en bij de Theologische Universiteit Kampen trof hij naar eigen zeggen altijd „broeders en zusters die de kerk een warm hart toedragen. Soms oordeelden ze over zaken anders dan ik, soms stemde ik ook tegen een voorstel dat ze deden, maar nooit zag ik ze als tegenstanders die het gereformeerde karakter en de universiteit probeerden uit te hollen.”

De predikant pleit er in zijn persoonlijk getinte slotbeschouwing voor om verschillen in de kerk niet weg te poetsen. Anderzijds vraagt hij om zaken in zijn proporties te bezien én om de kerk met alle positieve en negatieve kanten ervan, als een geschenk van God te beschouwen. In zijn functie als synodepreses probeerde ds. Niemeijer de behandeling van onderwerpen af te sluiten met een toespraak waarin hij het gereformeerde gehalte van een besluit aangaf. „Op die manier probeerde ik te voorkomen dat besluiten van de synode door onwelwillende partijen geannexeerd of juist weggezet werden.”

Emeriti

De tweede recent verschenen publicatie is de bundel ”HIJ en wij – Oriëntatie in de actuele situatie van de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt”. De auteurs zijn de vrijgemaakte emeritus predikanten Driest, Geerds, De Jager, Kruidhof, Lameris, Meijer en Van de Wetering. Zij gaan niet alleen in op klassiek-vrijgemaakte thema’s, maar ook op onderwerpen als het lezen van de Bijbel en het gezag van de Heilige Schrift, de eredienst, de prediking van de verzoening en de rol van de ambten.

Anders dan ds. Niemeijer, die meer op de lijn zit dat vrijgemaakten elkaar moeten vasthouden ondanks verschillen, klinkt in de publicatie van de zeven emeriti de vraag door of het nog wel goedkomt met de vrijgemaakten. De auteurs beginnen hun boek met te wijzen op de verhouding tussen God en mens, het belang van zondaar worden voor God, Gods recht en het verlost worden van de zonde. Ze pleiten voor vasthouden aan het gezag van de Bijbel als het Woord van God en het besef dat mensen die de Bijbelboeken interpreteren, zondig en dus feilbaar zijn.

Woord en sacrament verkondigen de belofte van het verbond, concluderen de predikanten. Daarmee zetten ze de plaats van de christen in het verbond af tegen het moderne levensgevoel, waarin de mens zelf zijn leven en zijn toekomst wil bepalen. Dit levensgevoel „beïnvloedt ook het beleven van het geloof en kerklidmaatschap. Het holt dat uit of spoelt het zelfs helemaal weg.” De weg die de Bijbel wijst is een andere, stellen de auteurs: „Wij moeten –in de weg van geloof en gehoorzaamheid– door Gods Geest opnieuw geboren worden.”

Het is de vraag of in de GKV die benadering nog tot zijn recht komt, zo blijkt uit het hoofdstuk waarin de emeriti schrijven over de eredienst. „De zonde rond het gouden kalf (Exodus 32) is voor altijd een waarschuwing tegen een liturgische viering en vormgeving waarin de mens en zijn beleving centraal staan.” Ze noemen het een „ingrijpende aantasting” van het besef „waarvoor wij als gemeente samenkomen”, wanneer het lezen van de Tien Geboden in de kerk, „als spiegel”, verdwijnt.

Twee kerkdiensten

De predikanten benoemen het belang van het houden van twee kerkdiensten op zondag en gaan daarmee in tegen de trend in veel gkv’s. Hier en daar is de middagdienst afgeschaft, op veel meer plaatsen wordt de tweede dienst op een alternatieve wijze ingevuld en waar nog wel een traditionele middagdienst is, ligt het bezoekersaantal lager dan ’s ochtends. Terwijl de kerkdienst juist een moment is waarop God mensen wil ontmoeten, waarschuwen de predikanten. „Als we dat niet meer beleven, wordt de zondagse samenkomst een bijeenkomst van mensen.”

Daar waar de gemeente samenkomt, moet de prediking van de verzoening centraal staan, aldus de auteurs. „In toenemende mate wordt in de prediking eenzijdig het accent gelegd op Gods liefde, barmhartigheid en nabijheid. Wat de Schrift zegt over Gods heiligheid, rechtvaardigheid, toorn en oordeel, raakt daardoor uit beeld.”

De boodschap van de Bijbel is volgens de schrijvers niet dat God houdt van je zoals je bent, integendeel: het Evangelie breekt menselijke hoogmoed. „We weten dat we zondaren zijn tegenover God en tot Jezus moeten gaan.” Die boodschap verhoudt zich volgens hen niet met een „platvloerse, joviale prediking, waarin de dominee demonstreert dat de praat van de straat wel degelijk ook zijn oren bereikt heeft.” De prediking verkondigt verlossing en is „een en al belofte”, stellen de zeven predikanten. Ze waarschuwen voor een prediking vol beloften, waarin de eis tot bekering ontbreekt.

Beelddrager

De predikanten schrijven een apart hoofdstuk over de mens als beelddrager van God, naar Genesis 1-3. Ze waarschuwen voor het op een verkeerde manier omgaan met de toepassing van de Schrift in het heden, „terwijl je intussen de inhoud van Gods openbaring aanpast. Of je gaat nog een stap verder en zegt dat de waarheid altijd relationeel bepaald is, ook die van de Schrift, en je brengt dat onder de Bijbelse noemer ”God met ons”. Maar in de uitwerking blijkt dat er een beslissende verschuiving plaatsvindt, van Hij naar wij, mensen. Openbaring is dan niet langer: zo zegt de Heer.”

In de omgang met homoseksuele relaties dreigt het gevaar dit over te laten aan de vrijheid van het individu, omdat „de Schrift daarover zwijgt” wanneer het gaat om een relatie „in liefde en trouw.” „De volgende stelling –die daar voorzichtig, maar toch gaandeweg consequenter en vrijmoediger op volgt– luidt dan: waar de Schrift zwijgt, dient de kerk in elk geval geen bezwaar te maken.” En omdat de gemeente van Christus „liefde” predikt, moet er in de kerk dan ruimte zijn voor zo’n relatie. „Een erg vreemde redenering” die de Schrift laat „buikspreken”, concluderen de predikanten.

In het deputatenrapport Man, vrouw en ambt, dat binnenkort behandeld wordt door de generale synode van de GKV, wordt volgens de boekschrijvers de verschillende positie van man en vrouw min of meer afgedaan als iets wat niet meer van deze tijd is. Ze waarschuwen tegen het treden in de voetsporen van de vroegere Gereformeerde Kerken in Nederland waar zich tussen 1960 en 1980 een omslag voltrok in „het lezen en ‘hanteren’ van de Bijbel. (...) Daarbij maken wij ons ook met name zorgen over een nieuwe manier van Bijbellezen die onder ons veld wint. Wij treffen die ook aan in de beide rapporten over man, vrouw en ambt en in diverse andere publicaties over dit onderwerp.”

Boekgegevens

”HIJ en wij – Oriëntatie in de actuele situatie van de gereformeerde kerken (vrijgemaakt)”, Alko Driest e.a.; uitg. in eigen beheer, Groningen, 2017; ISBN 978 90 826 417 07; 65 blz.; € 6,50; ”De kerk: hoe sta ik erin?”, Pieter Niemeijer; uitg. Woord & Wereld, Haarlemmermeer, 2016; ISBN 978 94 919 431 19; 120 blz.; € 11,75.