Religie is meer dan emotie

2

Verwondering is de oorsprong van alle wetenschap, luidt een bekende uitspraak. De vraag is wel wat de wetenschap vervolgens met die verwondering doet. Wordt de verwondering minder als de wetenschap meer wordt? Of blijft de verwondering bestaan?

Dennis Vanden Auweele, docent godsdienstfilosofie in Groningen, maakt in zijn boek ”Filosoferen bij schemerlicht” onderscheid tussen negatieve nieuwsgierigheid en positieve verwondering. De nieuwsgierigheid wordt door de wetenschap bevredigd, maar de verwondering moet blijven bestaan, stelt hij.

Ten onrechte hoopte de verlichting dat de wetenschap de verwondering uiteindelijk zou opheffen. Hoe beter wij de werkelijkheid begrijpen, hoe meer macht wij erover hebben en hoe meer hoop er is voor de toekomst. De auteur verzet zich echter tegen die gedachten. Positieve verwondering hoort bij het mens-zijn, en wie ervan af wil, ontmenselijkt de mens. Om de positieve, blijvende verwondering te voeden, hebben mensen kunst en godsdienst nodig. „Godsdienst is de positieve keuze om het verwonderlijke in zijn eigenheid te respecteren, zonder het noodzakelijk aan een filosofisch begrijpen te onderwerpen.”

Symbolen en emotie

Als pleidooi voor het belang van godsdienst valt ”Filosoferen bij schemerlicht” te waarderen. Er blijft echter een aantal pittige vragen bestaan. Ten eerste ziet de auteur weinig ruimte voor waarheidsclaims van de godsdienst. De zogeheten ”fides quae” (de geloofsinhoud van een godsdienst) vindt hij eerder hinderlijk dan zinvol: in de godsdiensten moet het gaan om de symbolen en om de emotie, niet om de dogmatische waarheden.

Bezwaarlijk aan deze benadering is echter dat de verschillen tussen godsdiensten worden genegeerd. Iemand is niet eenvoudigweg religieus, maar is moslim, of jood of christen – niet alle drie tegelijk. Ik beschouw mijzelf allereerst als christenmens, niet als religieus mens. Is de auteur dan niet betweterig als hij vindt dat het religieuze belangrijker is dan het christelijke? Mensen die zich vanwege de geloofsinhoud van (bijvoorbeeld) islam naar christendom hebben bekeerd, deden in de optiek van Vanden Auweele iets zinloos, want in het religieus zijn gaat het volgens hem niet om de waarheid. Maar hoe komt het dan dat het christendom vredelievender is dan de islam? Dat heeft toch alles met de geloofsinhoud te maken. Kortom: de geloofsinhoud is veel belangrijker voor religie dan Vanden Auweele erkent.

Schrijfstijl

Er is nog een tweede vraag. De duiding van godsdienst als een emotie en als verwondering is een typisch postmoderne benadering. Typerend voor de tijd van de verlichting was de nadruk op de deugdzaamheid. Ook toen vond men de waarheidsclaims van het christendom niet zo belangrijk; het ging erom hoe je leefde. Dat concrete, praktische aspect ontbreekt grotendeels in dit boek. Godsdienst wordt wel erg individualistisch opgevat. Het gaat vooral om je eigen innerlijk, niet om je gedrag, zo stelt de auteur. Juist „met het oog op de toenemende dreiging van allerlei vormen van fundamentalisme, extremisme, vreemdelingenhaat en geweld” (aldus de achterflap) had ik graag aandacht gezien voor het belang van godsdiensten in het morele debat.

Ten slotte nog een aantal opmerkingen over de auteur en de schrijfstijl van het boek. Vanden Auweele is nog jong (30 jaar). Dan is het pretentieus om je eigen boek ”tijdloos en bijzonder actueel” te noemen. Hij oriënteert zich zo eenzijdig op de continentale filosofie, dat de Angelsaksische, analytische filosofie volstrekt afwezig is. Ietwat merkwaardig is het feit dat in het boek verwijzingen naar allerlei auteurs enthousiast worden gepresenteerd, terwijl historische en feitelijke zaken soms zeer eenzijdig worden weergegeven. De wijze waarop Luther en Calvijn even worden weggezet (blz. 208, 222) getuigt beslist niet van belezenheid. De schrijfstijl is ook zeker nog niet optimaal. Het wemelt van dure en ongebruikelijke woorden. Neem bijvoorbeeld deze zin: „De essentie van de godsdienst ligt in een irrationele gevoeligheid van de mens die pas ex post facto op begrip wordt gebracht” (blz. 228). Een soberder schrijfstijl zou het boek aanzienlijk dunner en begrijpelijker maken.

Boekgegevens

”Filosoferen bij Schemerlicht. Over (on)macht en (wan)hoop”, Dennis Vanden Auweele; uitg. Klement, Zoetermeer, 2016; ISBN 978 90 868 7194 0; 248 blz.; € 19,95.