Het lot van Nederlandse Joden

Maar liefst 104.000 joden uit Nederland komen om tijdens de Tweede Wereldoorlog, 75 procent van het totale aantal Nederlandse joden. beeld NIOD
2

”Ze doen ons niets”. Het is de titel van een boek over de vervolging en deportatie van Joden in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Helaas werd deze uitspraak geen werkelijkheid en waren de nazi’s verantwoordelijk voor de onvoorstelbare massamoord op de Joden. In het boek vertellen de auteurs, Carry van Lakerveld en Victor Levie, duidelijk en bondig het aangrijpende verhaal van het Joodse leven van voor de Tweede Wereldoorlog tot en met de ontvangst van terugkerende Joden na de oorlog.

Van Lakerveld is als historicus vele jaren vicepresident geweest van het Internationale Auschwitz Comité. Levie ontwierp onder andere de gedenktekens bij Kamp Westerbork. Samen maakten zij een tentoonstelling in het Nederlandse paviljoen in Auschwitz. Deze tentoonstelling vormt de basis voor het boek.

In een overzichtswerk zoals dit komen natuurlijk veel bekende namen en verhalen langs. Toch weten de auteurs ook daarbij steeds nieuwe informatie te geven. Zo tonen ze bij de tekst over familie Ten Boom enkele foto’s die onderduiker Hans Poley heeft gemaakt tijdens zijn verblijf in de Barteljorisstraat in Haarlem. In hetzelfde hoofdstuk over onderduiken vertellen ze het verhaal van de minder bekende Trui van Lier. Zij begint in 1940 een kindercrèche in Utrecht. Voor buitenstaanders lijkt dit een dagopvang voor kinderen uit de buurt, maar in werkelijkheid vangt ze er Joodse kinderen op. In totaal redt zij met haar medewerksters het leven van ruim 150 Joodse kinderen.

Na de oorlog wacht Van Lier echter geen lof, maar gevangenschap. Zij wordt beschuldigd van misbruik van bonkaarten en kan uiteraard niet aantonen dat de bonnen voor Joodse kinderen gebruikt zijn. Uiteindelijk komen er wel excuses, maar dan heeft Trui van Lier teen halfjaar in de gevangenis gezeten. Dit verhaal past helaas naadloos bij de kille ontvangst die teruggekeerde Joden uit de kampen ten deel viel. Het is bijvoorbeeld onvoorstelbaar na alles wat we nu weten dat de marechaussee bij de grens bij Vaals een bus met overlevenden uit Dachau niet wilde doorlaten – omdat ze geen geldige papieren bij zich hadden.

Maar liefst 104.000 Joden uit Nederland komen om tijdens de Tweede Wereldoorlog, 75 procent van het totale aantal Nederlandse Joden. Daarmee was het aantal Nederlandse Joden dat de oorlog overleefde veel kleiner dan dat in België en Frankrijk. Hoe is dat ooit te verklaren? Deze vraag vormt de rode draad door het boek en wordt uiteindelijk in het laatste hoofdstuk beantwoord. Daaraan gerelateerd is de vraag: wist men wat er ”daarginds” zou gebeuren? Deze vraag benoemen de auteurs echter niet expliciet.

Dat is opvallend, omdat de historicus Bart van der Boom in 2012 juist over deze vraag een lijvige studie heeft gepubliceerd, die veel discussie heeft losgemaakt. Wisten Nederlandse politiemannen wat er ging gebeuren met de Joden die ze oppakten? En wat wist de Nederlandse bevolking die ervoor koos om toe te kijken in plaats van actief in te grijpen? Omdat Van Lakerveld en Levie zich verder wel steeds op recent onderzoek baseren, lijkt het weglaten van een verwijzing naar Van der Booms studie een bewuste keus. Het is jammer dat de auteurs dit niet motiveren.

Het is duidelijk te zien dat er veel tijd is besteed aan de selectie van minder bekend en heel sprekend beeldmateriaal. Een laatste redactionele ronde had wat tekstuele missers en herhalingen kunnen voorkomen. Al met al zijn de auteurs erin geslaagd om een boek samen te stellen dat de lezer zowel een overzicht van als een gezicht aan deze geschiedenis geeft, die zeker herinnerd moet blijven worden.

Boekgegevens

”Ze doen ons niets. Vervolging en deportatie van de joden in Nederland 1940-1945”, Carry van Lakerveld en Victor Levie; uitg. Boom, Amsterdam, 2017; ISBN 978 94 610 5266 7; 264 blz.; € 25,-.