„Biologie luidt einde Darwins evolutietheorie in”

Debat
Borger: idee van gemeenschappelijke afstamming is hopeloos achterhaald. Foto Peter Borger Peter Borger
2

Op het congres R-Evolutie spreekt vandaag onder anderen dr. Peter Borger. In het dagelijks leven is hij als bioloog werkzaam aan het academisch ziekenhuis in de Zwitserse stad Basel. De nieuwste ontwikkelingen in de moleculaire biologie luiden volgens hem het einde van de evolutietheorie in.

U bestudeert genregulatie. Wat houdt dat in?

„Ik houd me bezig met de vraag hoe genen aan- en uitgezet kunnen worden. Zo heb ik aanzienlijk inzicht gekregen in de complexiteit van het genoom: hoe de informatie die erin wordt opgeslagen tot uitdrukking kan worden gebracht in levende cellen en wat er allemaal fout kan gaan door veranderingen in het DNA. Het is een wonder dat een mens bijna altijd gezond ter wereld komt.”

Wat is het belang van de nieuwe biologie voor het evolutiedebat?

„De grootste verrassing van de afgelopen twintig jaar was dat het uitschakelen van genen bij bijvoorbeeld een muis, geen gebrekkig dier oplevert. Op deze genen werkt selectiedruk namelijk niet. Daardoor komt Darwins evolutie op losse schroeven te staan: de motor –het selectiemechanisme– werkt niet. In de praktijk kan 90 procent van de genen van bacteriën, rondwormen en planten zonder probleem worden uitgezet.”

Wat hebben evolutionisten hiervan te duchten?

„Heel veel. De selectiehypothese verklaart niet hoe zulke genen zich hebben ontwikkeld. Biologische systemen werken als netwerken waarin verschillende onderdelen dezelfde functie vervullen. Darwins selectiemechanisme verklaart deze functies niet.

Daarnaast heeft de moleculaire fylogenetica laten zien dat de afstammingsboom van Darwin niet bestaat: er zijn veel boompjes en bosjes; er zijn dus takken zonder ‘stam’. Dat duidt op meerdere oorsprongen in plaats van één. Het hele idee van gemeenschappelijke afstamming van een enkel oerorganisme is feitelijk hopeloos ineengestort.”

En wat betekent dit voor mensen die Genesis 1 tot en met 11 historisch opvatten?

„De biologie laat zien dat er meerdere oorsprongen van het leven zijn en niet één enkele. Hoeveel precies, is nog onduidelijk. Persoonlijk denk ik dat het leven werd geschapen in de vorm van wezens die beschikten over baranomen – niet-gedifferentieerde genomen van waaruit heel snel variatie kon ontstaan.

De genomen van alle organismen beschikken over mobiele elementen en evolutionisten snappen niet wat ze doen. Ze denken dat het overblijfselen zijn van oeroude invasies van virussen. Ik denk echter dat het een mechanisme van complexe genetische elementjes betreft die variatie in het genoom kunnen genereren. Variatie ontstaat dus niet toevallig, en dat luidt het einde van Darwins evolutietheorie in.”

De deeltjes hebben niets met virussen te maken?

„Jawel. Vanuit zulke elementjes kunnen op heel eenvoudige wijze virussen –en daarmee ziekten– ontstaan. Met dit inzicht is de juiste oorsprong van virussen achterhaald: God schiep geen ziekteverwekkende RNA-virussen, ze ontstonden in het genoom, pas na de zondeval.”

Geeft het genoom aanleiding voor macro-evolutie en gemeenschappelijke afstamming?

„Nee, de biologie toont dat er in het menselijk genoom genetische informatie –miRNA-genen– aanwezig is die niet wordt aangetroffen in de mensapen. Niemand heeft ook maar enige notie waar deze informatie vandaan komt. Gemeenschappelijke afstamming wordt daardoor bijzonder onwaarschijnlijk.”