Besparen op kaarslicht

Ook zo dol op de sfeer die het warme licht van brandende kaarsen met zich meebrengt? Ik kan er geen genoeg van krijgen. En ook op kaarsen valt te besparen. Weliswaar geen bakken met geld, maar alle beetje helpen.

Je kunt allereerst natuurlijk opletten bij de aanschaf. Kaarsen kopen is lastig. Er is namelijk kwaliteitsverschil, die je met het blote oog niet zomaar opmerkt. Als je voor het milieu gaat, koop je kaarsen van bijenwas. Deze kaarsen zijn 100 procent biologisch afbreekbaar. Als je voor een lange brandduur gaat, kies je voor kaarsen die van stearine zijn gemaakt. Goedkope kaarsen worden gemaakt van paraffine. Goudakaarsen bijvoorbeeld zijn gemaakt van stearine. Bij kwaliteitskaarsen kun je dit soort grondstoffeninformatie op de verpakking vinden.

Wanneer je je keuze hebt bepaald, kun je je tijd afwachten en je slag bijvoorbeeld aan het einde van het winterseizoen slaan. Vaak gaan de kaarsen dan in de uitverkoop. Kaarsen eten geen brood en je kunt ze dan ook ruimschoots op voorraad nemen. Zorg dat ze liggend worden opgeslagen en stel ze niet bloot aan grote temperatuurverschillen. Ze zijn dan onbeperkt houdbaar.

Wanneer je kaarsen brandt, gooi dan eventuele restanten nooit weg. Vooral bij dikke kaarsen houd je altijd een flinke brok kaarsvet over. Dit vet is prima herbruikbaar. Alles wat je nodig hebt om nieuwe kaarsen te maken is: een oude pan, een oude pollepel, resten kaarsvet, katoenen draad, houten stokjes (of potloden) en mallen waarin je de kaarsen gaat maken. Die mallen kunnen gewone afvaldingen zijn zoals melkpakken, conservenblikjes, de lege poedersuikerbus of zelfs een lege eierschaal.

Hoe ga je te werk? Zet de oude pan in een grote pan met water. Doe de brokken kaarsvet in de oude pan en smelt ze au bain-marie. Als je hecht aan bepaalde kleuren doe je alleen kaarsvet van één bepaalde kleur in de pan. Als het je niet uitmaakt, doe je alle kleuren kaarsvet bij elkaar. Meestal is het eindresultaat dan een bruine kaarsvetmassa. Let erop dat het water niet kookt. De boel moet záchtjes smelten. Roer af en toe met de pollepel.

Intussen prepareer je de mallen. Je maakt onderin de mal een klein gaatje. Je trekt er een katoenen draad (de lont) doorheen en legt er onderaan een knoopje in. Voor dikke kaarsen heb je een dikke lont nodig. Je kunt die maken door de katoenen draad te vlechten of er een lont van te vingerhaken. Je maakt de draad vast aan een stokje en dat leg je over de mal. Zorg ervoor dat de draad netjes in het midden zit en strak gespannen staat. Als het kaarsvet is gesmolten giet je de hete (!) massa in de mallen. Laat de boel afkoelen en verwijder de mal. Als je de smaak van het kaarsenmaken te pakken krijgt, kun je ook experimenteren met laagjeskaarsen in verschillende kleuren. Laat familie en vrienden weten dat ze je blij maken met hun kaarsenafval. Veel plezier met je zelfgemaakte, hergebruikte kaarsen!

Teunie Luijk is echtgenote en moeder en houdt een eigen weblog bij over consuminderen.