Amesius benadrukte praktijk

„De invloed van Amesius in Nederland is enorm geweest door zijn nadruk op de praktijk.” Dat stelde dr. W. J. op ’t Hof zaterdag tijdens de eerste bijeenkomst van de achtste wintercursus van de Stichting Studie der Nadere Reformatie (SSNR).

Dr. Op ’t Hof sprak over het thema ”geloofsleer en geloofs(be)leven in de Nadere Reformatie”. „Het is goed als de leer in je hoofd zit, maar er moet kennis van God zijn in je ziel”, aldus de hervormde predikant van Nederhemert. „God roept niet op om de gereformeerde leer aan te hangen maar om Hem lief te hebben.”

„Komt dan in de Nadere Reformatie niet de rechtvaardigmaking in het gedrang door de nadruk op de heiligmaking?” was de eerste centrale vraag. Naar aanleiding hiervan wees dr. Op ’t Hof op de voortdurende polemiek tegen dopersen, rooms-katholieken en remonstranten. „De ontsporing in de leer begint bij de ontsporing in het leven, zeggen de nadere reformatoren. Als het leven zuiver is, hebben mensen geen behoefte om aan de leer te morrelen. De nadere reformatoren hebben zich dus wel met de leer beziggehouden.”

Verder werd duidelijk dat er binnen de Nadere Reformatie een grote waardering was voor rooms-katholieke devote auteurs. Hoe zit dat? „Niet één nadere reformator zegt iets negatiefs van de Reformatie of van een reformator. Maar de Reformatie is een doorgaand proces. In de Reformatie is onvoldoende aandacht geweest voor de vroomheid. Bij hun vroomheidsstreven wilden de nadere reformatoren graag terugvallen op iets wat al voorhanden was. Het was voor een 17e-eeuwer gevaarlijk iets nieuws te doen. Dan werd je als nieuwlichter gezien. De reformatorische koffer was leeg.”

Dr. Op ’t Hof zei dat de nadere reformatoren dan over de breuklijn teruggaan naar de Middeleeuwen. „Enerzijds heeft de Nadere Reformatie aandacht gehad voor de leer in polemiek en catechese. Maar aan de andere kant is er toch een zekere relativering van de leer.”

In het tweede deel van de ochtend stond dr. Op ’t Hof stil bij de tweedeling in denken tussen de scholastieke filosofie en de filosofie van Petrus Ramus. „Petrus Ramus zegt dat de belangrijkste faculteit van de mens het hart is. Iedere wetenschap moet praktisch gericht zijn. Het denken moet in dienst staan van het doen. Het belangrijkste van de mens is zijn wil en niet zijn verstand. Theologie is de leer om voor God te leven. De leer is onmisbaar, maar het eigenlijke van de leer is het leven, zegt Amesius.”

Aan de hand van een negental invloedrijke predikanten werd duidelijk gemaakt dat de invloed van Amesius in Nederland groter is geweest dan tot nu toe werd aangenomen.

Tijdens de andere vijf cursusochtenden zal worden gesproken over Costerus, Saldenus, Simonides, Van de Velde en de ”Redelijke Godsdienst” van W. à Brakel.