Aantekeningen ouderling Buchelius gedigitaliseerd bij bibliotheek UU

Ouderling Buchelius observeerde het kerkelijk leven in Utrecht nauwgezet. Foto RD RD

UTRECHT – De zondagsrust staat onder druk, predikanten zitten niet op één lijn en het land is in oorlog. Het valt voor Arnoldus Buchelius begin 17e eeuw niet mee ouderling te zijn in Utrecht. De notities die hij maakte over het kerkelijk leven zijn sinds kort gedigitaliseerd en na te lezen op de site van de bibliotheek van de Universiteit Utrecht.

Aernout van Buchell of Arnoldus Buchelius (1565-1641) was tweemaal twee jaar ouderling van de gereformeerde kerk in de Domstad: 1622-1624 en 1626-1628. Eigenlijk had hij zijn tijd liever in zijn historisch onderzoek gestoken. Toch aanvaardde hij het ambt.

Buchelius was in zijn jonge jaren rooms-katholiek. Rond 1595 sloot hij zich aan bij de gereformeerden, en werd uiteindelijk een van de steunpilaren van de reformatie in Utrecht, stelde de historicus J. Pollmann in 2000.

Zo stond Buchelius aan de zijde van de bestreden hoogleraar en predikant Gijsbertus Voetius, blijkens zijn notitie van 16 oktober 1636: „De diakenen hebben een voorkeur voor ds. (Gisbertus) Voetius, die uit de ouderlingen gesteund wordt door Herman Warnersz van Velthuysen. Deze Voetius zou, naar mijn oordeel, hard nodig zijn, om de tucht in de kerk te herstellen, omdat hij een vroom man is, en meer hecht aan zijn geweten dan aan populariteit. Maar de predikanten zijn fel tegen, want ze zeggen dat hij al te precies is, en verdeeldheid zal brengen.” De aantekening is een voorbeeld van vele honderden observaties van de ouderling.

Huisbezoek

Buchelius zou zichzelf als historicus verloochend hebben als hij geen notities zou hebben gemaakt van alles wat er om hem heen gebeurde. Precies was hij daarin: aantekeningen over routinematige handelingen, zoals wie er gedoopt of getrouwd zijn, en welke preken hij heeft gehoord. Maar ook over twisten, naijver, schandalen, liefdadigheid en heftige huisbezoeken. „Buchelius geeft zo een uniek en fascinerend beeld van de dagelijkse kerkelijke praktijk in de jaren 1620 en 1630, tegen de achtergrond van de Tachtigjarige Oorlog”, stellen de bibliothecarissen van de universiteitsbibliotheek. „Als een nauwgezet historicus noteerde hij alles wat hij van belang achtte, waarvan veel niet in de officiële verslagen van de kerkeraad terecht kwam.” Zijn aantekeningen betreffen een langere periode dan zijn ouderlingschap: 1622 tot 1639.

Buchelius noteerde zijn wederwaardigheden in een notitieboekje dat nu bekend is als ”Observationes ecclesiasticae sub presbyteratu meo” (oftwel: ”Kerkelijke zaken, genoteerd tijdens mijn ouderlingschap”) en later in een ander boekje: ”Ecclesiastica Ultraiectina” (”Kerkelijke zaken van Utrecht”). De teksten zijn deels in het Latijn en deels in het Nederlands geschreven.

In 2009 is Bucheliuskenner dr. Kees Smit begonnen met een volledige editie en vertaling van beide boekjes. Hij voorzag ze gelijk van notities en registers. Dit werk kwam in 2011 klaar. Sinds eind vorige maand staat het enorme vertaalproject van 498 pagina’s op de site van de Universiteitsbibliotheek Utrecht (UU) (Zie http://bc.library.uu.nl/node/654). Dat is het werk van Bart Jaski, conservator handschriften en oude drukken.

Voor historici die geïnteresseerd zijn in bijvoorbeeld de geschiedenis van de Reformatie, in personal history, of in de historie van de stad Utrecht, maar ook voor genealogen en andere onderzoekers, is dit een editie van grote waarde, stelt de UU.

Daar hebben de bibliothecarissen gelijk in. Een voorbeeld: in Utrecht is in Buchelius’ ambtsperiode veel onrust over de invloed van de remonstranten. Een citaat van 23 april 1629 illustreert dat: „Er heerst veel onvrede, omdat men overal remonstranten probeert binnen te laten dringen in de regering, de predikanten tot gematigdheid en verandering te brengen, en zo allengs af te wijken van hetgeen op de synode van Dordrecht voor eens en altijd is vastgesteld. Festus Hommius, die eerst een voorstander van de orthodoxie was, let nu teveel op het hoofd, te weten de prins, en begint nu te wankelen. Velen volgen hem, met name degenen die hun eigen voordeel en aanzien meer zoeken dan Gods eer. Terwijl de gemeente in onzekerheid verkeert, velen tot het pausdom worden getrokken, velen tot vrijzinnigheid gebracht worden, en niets vinden om vast op te steunen.”

Botsing

De strijd tegen de dwaalleraars van de remonstranten leidde soms tot heftige botsingen, bewijst een andere aantekening van Buchelius op 9 oktober 1622: „In het huis van de houtvester, (Eernst van Reede), dat leeg stond en door (Wilhelmina van Wachtendonk), vrouwe van Oyen, gehuurd was, hebben ’s avonds, buiten medeweten van de vroedschap –daar heeft het alle schijn van– remonstranten een bijeenkomst gehouden. Ze zijn daarbij door de schout betrapt en volgens de plakkaten beboet. Er waren een paar oproerige wijven bij die veel herrie schopten, zoals Levina (van Westhuysen), de waardin in de Zwarte Klok, en de vrouw van de afgezette predikant Van Zijl. Door de onbeschaamdheid van die vrouwen en de onverschilligheid van het Hof bleef alles onbestraft.”